Santiago de Cuba : wieg van de revolutie

 

Santiago de Cuba: de vroegere hoofdstad is betoverend mooi dank zij de muziek, het temperament en de wilde kust.

Santiago de Cuba werd als vijfde Spaanse nederzetting op Cuba gesticht op 28 juni 1514. Niet lang na de stichting riep Diego Vélazquez deze, strategisch zo gunstig gelegen stad, uit tot hoofdstad van Cuba. Voor die tijd (van 1512 tot 1515) was deze eer weggelegd voor Cuba's oudste stad: Baracoa. Santiago had toen al een tijd van economisch welzijn achter de rug als havenstad waar suiker geëxporteerd en slaven geïmporteerd werden. In 1531 legden de eerste slavenschepen aan in Santiago.

De kopermijnen in de omgeving werden al in 1547 ontdekt, maar er was weinig gelegenheid om ze te exploiteren. In het begin van de 18e eeuw werden er nieuwe en belangrijke koperaderen ontdekt. Dit luidde het begin van de meer serieuze mijnbouw in. Aan arbeidskrachten was geen gebrek, Santiago was de eerste Cubaanse haven waar slaven uit Afrika aan land werden gebracht. Ze werden in de omgeving van de stad tewerkgesteld, veelal onder erbarmelijke omstandigheden. Tot op vandaag zien we in Santiago heel veel Afrikanen. Hier wonen de meeste zwarten van Cuba.

 

Tegen het einde van de 18de eeuw, na de slavenopstand uit het naburige Haïti, vestigden de gevluchte, uit Frankrijk afkomstige (koffie-)planters zich met hun slaven met tienduizenden tegelijk in en rond Santiago. De stad en haar bewoners speelden een belangrijke rol in alle onafhankelijkheidsoorlogen en revoluties. In 1898 vond de beslissende veldslag tegen de koloniale overheersers in Santiago plaats. Met steun van Amerikaanse soldaten verdreven de Cubaanse vrijheidsstrijders de Spaanse koloniale troepen.

Nadat Havana in 1898, de hoofdstad was geworden, kwijnde Santiago de Cuba in politiek opzicht stilaan weg. Een halve eeuw later in op 26 juli 1953 startte Castro de revolutie. Zijn mannen van bestormden de Moncada-kazerne, maar de aanval mislukte. Pas jaren later, op 1 januari 1959, kon Fidel Castro op het Parque Céspedes de overwinning van de revolutie verkondigen.

 

Met als grandioos decor de bergen, baaien en de zee ademt Santiago de Cuba op-en-top Caraïbische sfeer. En ook het klimaat is nergens anders zo tropisch als hier. Nergens elders in Cuba voelt het zo warm aan als in het verre oosten van dit land.

Santiago de Cuba ligt tussen de groene uitlopers van de Sierra Maestra en de Caraïbisch-blauwe zee. De stad wordt omgeven door hellingen vol suikerriet en koffieplantages. Nergens ter wereld zijn de mango’s zo lekker als hier, evenals bananen, papaja’s en ananassen. Maar bovenal is Santiago de bakermat van de salsa.

Het is, met zijn 500.000 inwoners, de op één na grootste stad van Cuba.

Santiago de Cuba is de geboortestad van het nationale ritme son en van de trova.

Tijd voor een rondwandeling

Een wandeling door Santiago de Cuba vergt inspanning. De stad is dichtbevolkt en het is er heet, de straten zijn steil, luidruchtig en druk. En toch komen we ook op rustigere plekjes, die zie je verder in dit artikel.

Hoe dichter we bij de oude stadskern komen, hoe steiler de straten afdalen naar de baai.

De Cubanen leven buiten. De gemiddelde Cubaan is arm en veel zaken zijn er schaars of duur zoals bv. zeep.

Ze houden hun rantsoeneringsbonnen liever voor etenswaren.

Wij verzamelden dan ook alle zeepjes, shampoo's + bodylotions uit de hotels. Ik had ook wat parfumflesjes mee van thuis. Het uitdelen ervan aan de gewone bevolking gaf ons zo'n warm gevoel. De stralende glimlach en de dankbaarheid die uit de ogen van de Cubaanse vrouwen straalden, sprak meer dan boekdelen.

De dankbare blik in de ogen van dat vrouwtje en de manier waarop ze mijn handen kneep, vergeet ik niet. Ze houdt haar geschenkje stevig vast en poseert er graag mee voor de fotograaf.

We komen aan de karakteristieke Santiago trap van Padre Pico, in de wijk Tivolí. Deze wijk met haar smalle straatjes voldoet volledig aan de broeierige Santiago-sfeer. De Padre Pico is een straat met een fotogenieke trap. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over de roestbruine pannendaken, op de haven en de bergen. De trap verbindt de bovenstad, waar vroeger de notabelen woonden, met de benedenstad, ofwel de wijk waar traditioneel de handwerkers, dienstboden en slaven woonden.

De klanken van de saxofoon en contrabas en het luid gezang brengen volop sfeer.

We komen aan het Parque Céspedes. Dit plein is getuige geweest van alle belangrijke gebeurtenissen die op Cuba hebben plaatsgevonden. Hier was ooit het hoofdkwartier, het machtscentrum, van de Spanjaarden gevestigd. En hier moesten ze in 1898 tandenknarsend de capitulatie toestaan ... met Cuba verloor Spanje de laatste kolonie.

Op dit plein verkondigde Fidel Castro, op1 januari 1959, vanaf het 'blauwe balkon' van het stadhuis, de zegevierende revolutie, samen met duizenden juichende mensen.

( blauwe balkon - foto boven en onder)

Het Ayuntamiento (stadhuis) ziet er oud uit en goed gerestaureerd. Het is in werkelijkheid een reconstructie van een reconstructie, gebouwd in 1953, na tweemaal eerder door een aardbeving te zijn verwoest, voor het laatst in 1942.

Hier gaf Fidel Castro vanaf een van de bordessen zijn eerste toespraak als leider van het Cubaanse volk. Hij was er opnieuw tijdens de herdenking van het 35-jarig bestaan van het huidige Cuba in 1994. Ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de revolutie had Santiago, wegens bewezen diensten tijdens de revolutie, de eretitel 'stad van de helden van de republiek Cuba' gekregen.

Nu is het plein vol tegenstellingen, een trefpunt van naar mannen zoekende jineteras en jineteros en 'Hello my friend’-aanbrengers. Een trefpunt van pindaverkopers, bedelaars, Cubanen, toeristen, reggae muzikanten met rasta kapsels, wachtende fietstaxi’s …. kortom het is er één brok gezelligheid, een joviale sfeer en hartelijkheid.

Ik zie jullie al denken ; wat zijn jineteras?

"Het onderscheid tussen jineteras en hoeren is moeilijk te trekken. Veel jonge Cubaanse vrouwen zijn er op uit om een Westerse man te verleiden, maar dat zijn niet alleen hoeren. Als man alleen op een Cubaans strand, ben je niet alleen verleidelijk voor vrouwen maar ook voor maricones, de naam voor homo's op Cuba.

Jineteras / jineteros zijn lokale jongens en meiden die uit zijn op 2 dingen: ofwel een leuke avond hebben op kosten van een toerist - ofwel een toerist verliefd op zich te laten worden zodat hij/ zij hem of haar meeneemt naar Europa.

Als je even alleen zit zal je snel merken dat een mooie mulat (man of vrouw) naast je staat met de vraag ¨Where are you from?¨ Als je hierop ingaat (erg verleidelijk) kun je een conversatie verwachten die eindigt met de vraag of je wat met hem/haar wil gaan drinken. Wat ze er niet bijzeggen, maar wat iedereen weet, is dat het 'drinken' op jouw rekening komt. Als het gezellig is, ga je die avond met hem/haar en hun vrienden op stap, koop je een fles rum en wat cola (uiteraard ook op jouw kosten) en dans je leuk een salsaatje. Als dat gezellig is, kun je hem/haar uitnodigen om mee naar je casa te gaan om daar de avond met z´n tweeën af te sluiten (uiteraard ook op jouw kosten). En als dat gezellig is, spreek je nog een paar keer af, wordt je verliefd, kom je 3 x per jaar naar Cuba om hem/haar op te zoeken en nodig je hem/haar uiteindelijk uit om naar Europa te komen (op jouw kosten uiteraard)."

 

 

Al meer dan vijf eeuwen is het Parque Cespedes hèt centrum van Santiago en de favoriete ontmoetingsplaats van iedereen. De pralende gele kathedraal waakt majestueus over het dagelijks leven en evenementen op het plein. De kathedraal is in 1922 in zijn huidige vorm gebouwd.

Deze kerk werd gebouwd op de plaats van de vorige kerk uit 1528, die verschillende keren door aardbevingen werd verwoest. Sinds de paus hier in 1998 een mis heeft opgedragen, is de kerk regelmatig geopend voor kerkdiensten.

De voorzijde aan het plein, met op het dak een meer dan manshoge engel, geflankeerd door beide torens, doet menig fotografenhart sneller kloppen.

Rechts van de kathedraal kunnen we het schitterende recent gerenoveerde koloniale hotel Casa Granda bewonderen. Het gebouw straalt de charme van de belle époque uit.

De sfeervolle terrasbar van dit hotel biedt een schitterend uitzicht op het altijd levendige plein. Vooral 's avonds loopt dit plein vol met mensen. Op het terras kun je overigens ook uitstekend eten. Wij gaan samen naar het dakterras van het koloniale hotel en genieten er van een cocktail en Cubaanse muziek , maar ook van een prachtig uitzicht. En onder ons gaat de drukte in het Parque Céspedes verder ..

Ik hoop dat het niet waar is, maar er werd verteld dat het 4 sterren-restaurant Casa Granda en het 5 sterren hotel Santiago de Cuba verboden locaties zijn voor Cubanen (behalve als ze bij het gezelschap van toeristen horen)

Aan de andere kant van het Parque Céspedes staat Cuba's oudste huis, nl. Casa Diego Velásquez. Dit was het huis van de eerste Cubaanse gouverneur. Het werd gebouwd in 1516 en biedt tegenwoordig onderdak aan een museum voor koloniale kunst.

Over dit museum kan je meer lezen en foto's bekijken in volgend deel.

Eén iets is zeker : op het Parque Céspedes is het volop gezelligheid, een joviale sfeer en hartelijkheid. Hier komen we morgen zeker terug! Hier hebben we 'écht' contact met de Cubanen! De avond valt en we gaan weer richting hotel.

 

Volgend deel: We wandelen verder door Santiago de Cuba