Bois de Païolive, een wonderlijk bos.

 

De Gorges de l’Ardèche was een prachtig stuk natuur. Vandaag gaan we nog meer opzoeken en daarvoor rijden we richting Les Vans.

Aan weerszijden van de rivier de Chassezac beslaat een kalksteengebergte een oppervlakte van ongeveer 16 km².

De rivier heeft te midden van een warrig bomenterrein (voornamelijk eiken en moerbeibomen) vreemde vormen in het kalksteen geboetseerd.

Het Bois de Païolive kenmerkt zich als een bos met veel zomereiken en steeneiken. Het is een bijzonder gebied en heel mooi om te wandelen.

Er zijn drie uitgestippelde en gemarkeerde routes door het bos. Die staan goed aangegeven met gekleurde bordjes of strepen op de rotsen.

Het massief de Païolive werd in het Jura tijdperk gevormd en nu 150 miljoen later is dit bos één van de trekpleisters van de Ardèche. De natuur heeft miljoenen jaren nodig gehad om het kalksteen te bewerken en toch worden we in één oogopslag overspoeld door de sfeer die het plantaardige en minerale labyrint uitstraalt.

We zien de meest grillige vormen van het door erosie geteisterde Bois de Païolive.

We wandelen langs de murets (muurtjes). Mijn fantasie slaat op hol bij het zien van de bizarre rotsformaties.

Het lijkt alsof een reus hier in dit toverbos aan het werk was en overal rotsblokken rondgestrooid heeft.

De door erosie tot sculpturen vervormde rotsblokken, steken wit af tegen het zonlicht, tegen de blauwe lucht en het groen van het bos.

Er groeit overal korstmos.

We wanen ons af en toe in een natuurlijke beeldentuin, waar reusachtige beelden een magische uitstraling hebben: een leeuw, een beer, een verstild aapje en eenzame olifant. Neen we zijn niet in de dierentuin, maar in het Bois de Païolive.

de olifant

De vaak bezochtste rotsformatie is l’Ours (de beer) et le Lion (de leeuw).

Wat hoger, tussen de struiken staan ze : De vechtende leeuw en de beer.

Ik hou het liever op de kussende versie van de leeuw en de beer. Zo lijkt het toch meer?!

Het regenwater heeft onbeduidende scheurtjes uitgesleten tot diepe kloven, waardoor ook tot de verbeelding sprekende vormen zijn ontstaan: een schildpad, een kikker, een vogel in zijn nest en zo kan ik nog lang doorgaan.

De geërodeerde formaties vormen een mineralen labyrint van natuurlijke sculpturen.

Zien jullie ook een hoofd en de haren van een man, op onderstaande foto?

In dit bos van zomereiken, afgewisseld door vreemde witte rotsformaties, heerst een mysterieuze stilte, alsof het een geheim met zich meedraagt dat alleen bekend is bij ontelbare groene hagedissen. De fauna en flora zijn hier zeer rijk. Behalve bossen en rotsen zijn er zeer gevarieerde landschappen: kreupelhout, grasvelden, bossen, rivieroevers. Er leven meer dan 1000 soorten insecten, 100 vogelsoorten, 40 verschillende zoogdieren, 15 soorten reptielen.

Wij hebben ze niet gevonden maar soms kan men in sommige spelonken van de rotsen vleermuizen zien hangen.

Ik heb TE veel foto's om hier te plaatsen, maar ik laat er nog enkele zien. Laat jullie verbeelding eventjes spreken en wie weet welke vormen of figuren zie je ook nog?

Tja, de fantasie kan zo op hol slaan dat we er zelf figuren bij maakten :-)

Een van de wandelingen voert tot hoog boven de oevers van de Chassezac. Als het bos wat minder dicht wordt, kom je hoog boven bij de Ermitage St-Eugène.

Deze kluizenaarshut, vermoedelijk al gebouwd in de middeleeuwen, is privébezit en niet toegankelijk.

Het pad ernaartoe is grillig, heeft pieken van meer dan 100 meter met duizelingwekkende uitzichten op de slingerende Chassezac.

 

Wij dalen rustig af tot aan de de rivier Chassezac.

Hier rusten we uit na de mooie wandeling en we genieten we van de stilte van de natuur, waar de rivier haar weg doorheen zoekt.

Het was een prachtige dag. Op naar volgend avontuur ….

 

Volgend deel : Thines, een dorpje in de ongerepte natuur