Pollonnaruwa, tweede hoofdstad van Sri Lanka

 

Een klein stukje geschiedenis:

Lange tijd was Anuradhapura de hoofdstad van Sri Lanka. In het midden van de 9de eeuw verwoestten de Tamilheersers Anuradhapura. Ze trokken naar Pollonaruwa, waar ze van het voormalige landgoed van de Singalese koningen, hun nieuwe hoofdstad maakten.

In 1070 verdreven de Singalezen de Tamils opnieuw. Pollonaruwa, de tweede hoofdstad van Sri Lanka dankt haar roem vooral aan koning Parakramabahu I, een vooruitstrevende monarch en bouwheer die zich in de 12de eeuw ook een reputatie heeft opgebouwd van beschermer van monumenten en dieren. Tijdens zijn regering liet hij imposante tempels, Boeddhabeelden en paleizen bouwen. Onder zijn bescherming werden vooral de reeds bestaande kanalen en stuwmeren verder uitgebreid en werd de basis gelegd voor een modern irrigatiesysteem, zoals met de bouw van het gigantische stuwmeer Parakrama Samudra.

De tweede hoofdstad en koningsstad van Sri Lanka beleefde een bloeiperiode. Zijn opvolger Nissanka Malla bleek een minder geschikte leider. Zijn grootheidswaanzin bracht weliswaar overal zijn naam in inscripties, maar hij maakte tevens aanzienlijk veel kosten. Dit kostte Polonnaruwa uiteindelijk de positie als hoofdstad. Aan het eind van de 13de eeuw was de stad verlaten en algauw door de jungle verzwolgen.

Aan het einde van de 19de eeuw werd - onder leiding van de Britse archeoloog H.C.P. Bell - begonnen met de restauratiewerkzaamheden. Rond Pollonoraruwa zijn archeologen in opdracht van de UNESCO nog steeds op zoek naar verborgen schatten. De meeste ruïnes (11de – 12de eeuw) liggen binnen een omsloten terrein dat tevens natuurreservaat is.

Pollonnaruwa spreidt te midden van de tempelruïnes een idyllische natuur tentoon. Het 13de eeuwse stuwmeer Parakrama Samudra voorziet de stad nog altijd van water en is bovendien een waardevolle biotoop voor allerlei dieren.

 

De ruïnes bevinden zich in de Sacred City, die ten noorden van de nieuwe stad ligt. Ze liggen in vier archeologische zones: de zuidelijke groep aan het Parakrama Samudra, de oude koningsstad in het centrum, de citadel ten noorden daarvan en ten slotte de noordelijke groep.

Sacred City is heel uitgestrekt. Het is een aanrader om Polonnaruwa per fiets te ontdekken. Aangezien het hele archeologische terrein is afgezet, rijden hier geen auto’s of bussen. Het is een schaduwrijk terrein, waar we in eigen tempo per fiets alle bezienswaardigheden kunnen bezoeken.

Onze fietstocht langs de ruïnes is zowel inspannend als informatief. We komen niet alleen langs indrukwekkende stoepa’s en Boeddhabeelden, maar zien onderweg ook apen, vogels en vrome pelgrims.

Het lijkt soms wel of we in een stevige vechtpartij verzeild zijn geraakt. Tussen de ruïnes scharrelen rivaliserende groepen ceylonkroonapen rond die met veel gekrijs en ontblote tanden hun territorium tegen soortgenoten verdedigen. Soms wordt dit gekrakeel met enige verwondering gadegeslagen door witbaardlangoeren en grijze langoeren (hoelmans), die eveneens in groepen in deze bosrijke omgeving leven, maar een stuk relaxter en vriendelijker zijn. We hoeven echter niets te vrezen, zolang we maar op afstand blijven. Met een plannetje en de nodige uitleg van de gids komen we langs de bezienswaardigheden.

Het koninklijk paleis

Het paleis van de bouwlustige Parakramabahu I, Vijayanta Prasada (genoemd naar de legendarische hemelresidentie van de hindoegod Indra) werd in 1153-1186 geheel uit baksteen opgetrokken. Het had een pannendak, was 31 bij 13 meter en bestond uit zeven verdiepingen. Het hele complex zou duizend kamers hebben geteld.

Dit was de ingang. Er rest niets meer dan de tot wel 3 m dikke buitenmuren van het vierkante bakstenen gebouw, zodat we ons een voorstelling moeten maken van de vroegere pracht ervan.

Een klein stukje verder komen we bij de Koninklijke raadzaal. De Rajavesya Bhujanga (Audiëntiezaal), is een paviljoen met prachtige friezen vol afbeeldingen van olifanten, leeuwen en dwergen.

Let op de kunstzinnige fresco’s rond de sokkel en op de pilaren van het terras : de olifanten, leeuwen en gana’s (zijn dwergachtige dienaars van de hindoegod Shiva en van de eveneens door boeddhisten vereerde halfgod Kubera).

De bogen met makara-motief aan weerszijden van de opgang zijn indrukwekkend. De twee grote leeuwen, aan weerszijden van de trap, zijn nog erg goed intact. 

Ook de twee mooie maanstenen trekken de aandacht. De gids geeft de verklaring voor de verschillende tekens op de steen.

Naast de audiëntiezaal leidt een stenen trap omlaag naar het koninklijke bad Kumara Pokuna, dat met meerdere stenen is omzoomd. In een mooi versierde badruimte kon de koninklijke familie zich opfrissen. Via onderaardse buizen bereikt het verse water uit het nabije stuwmeer het vierkante bekken.

Terwijl we foto's nemen en vandaag de dorre omgeving aanschouwen, stellen we ons voor dat hier ooit een bloeiende koningstuin met talrijke exotische planten lag, die koning Parakramabhu I, telkens hij ging baden, kon bewonderen.

 

In volgend deel fietsen we verder door de ruïnes van Pollonaruwa