De tempel van Luxor

 

De stad Luxor ligt 700 km ten zuiden van Caïro. De ongeveer 200.000 inwoners leven hoofdzakelijk van het toerisme.

In de tijd van de oude Egyptenaren heette de stad Wast, wat scepter betekende. De Grieken noemden haar Thebe naar de Griekse stad Thebe.

De huidige naam Luxor werd gegeven door de Arabische heersers en dit betekent ‘paleizen met duizend poorten’.

De belangrijkste straat is Corniche en loopt parallel met de Nijl. De Corniche is 3,5 km lang en is versierd met palmbomen.

Wij wandelen, voor de laatste keer in groep, naar de tempel van Luxor. Het wordt meteen ons laatste bezoek onder begeleiding van de gids Ata.

De tempel van Luxor ligt midden in de stad, slechts door de boulevard gescheiden van de Nijl. Deze tempel is een unieke getuigenis van de vergane glorie van Luxor. De bouw van deze prachtige tempel van 260 m lang werd begonnen door Amenophis II, vergroot door Thoetmosis II en voltooid door Ramses II.

De tempel werd gebouwd (ongeveer 1400 v.Chr.) ter ere van de Thebaanse drie-eenheid : Amon (de god van de wind) , zijn vrouw Moet en hun zoon Chons.

Amon was de lokale god van Thebe. Hij heeft een baard en draagt op het hoofd een kroon  met de dubbele veer der rechtvaardigheid : in de hand houdt hij de scepter en het levensteken. Moet is de moeder der natuur en draagt als godin van Noord- en Zuid-Egypte de dubbele kroon. De maangod Chons draagt de maanschijf op het hoofd en wordt vaak voorgesteld als een man met jeugdige trekken.

Chons - Moet - Amon

 

Voor de ingang van de tempel wandelen we door een deel van de sfinxenlaan. De volledige sfinxenlaan is 3 km lang. 

In deze laan stonden oorspronkelijk 600 sfinxen met de kop van een ram, die een verbinding vormden tussen de tempels van Luxor en Karnak.

Deze weg noemt men de processieweg. Ieder jaar trok de kleurige processie van de ene tempel naar de andere.

De poort naar de tempel wordt geflankeerd door een pyloon van 65 m breed en ooit was die 24 m hoog. Voor de pyloon stonden vroeger 6 kolossale beelden van Ramses II. Nu blijven er nog twee zittende (15 m hoog) en één staand beeld van roze graniet over.

Er stonden vroeger ook twee obelisken aan de ingang. De linkse obelisk is 25 m hoog en versierd met reliëfs. Oorspronkelijk was ze bedekt met wit goud. Onderaan zijn vier bavianen afgebeeld met opgeheven handen om de zonnegod en de zonsopgang te begroeten. Het reliëf op de pyloon stelt Ramses II op zijn strijdwagen voor.

 

De rechtse obelisk  werd in 1834 aan koning Louis Filip van Frankrijk geschonken. Een cadeautje van de Egyptische heerser, Mohamed Ali, in ruil voor de klokkentoren die zich nu in de moskee van Mohamed Ali in Caïro bevindt. (dit zien we later terug). Deze obelisk versiert sindsdien de Place de la Concorde in Parijs. De vier bavianen met hondenkoppen aan de voet van elke obelisk hadden grote erecties, die door de preutse fransen zijn afgehakt.

foto genomen van wikipedia via google

 

Via de hoofdingang komen we op het voorhof van Ramses II. Er is de driedelige kapel voor de heilige boten van Amon, Moet en Chons. Links bovenop de tempel  ligt de moskee van Aboe-El-Haggag uit de tijd van de Fatimiden (996). De stedelingen gaven geen toestemming voor de sloop toen de tempel werd uitgegraven. Buiten de gebedstijden mogen niet-moslims naar binnen.

Op de binnenplaats van Ramses II is er een dubbele rij van 74 gladde zuilen met papyruskapitelen. Vroeger droegen zij een dak.

Daartussen staan een paar kolossale beelden van de koning.

De onthoofde granieten beelden van Ramses II die tussen de zuilen staan, zijn 7 m hoog. Het linkerbeen staat iets naar voren en aan de voeten ligt het beschadigde hoofd.

We verlaten het voorhof …

De zuilengang van Amenhotep III werd versierd door Toetanchamon. Op de muur staat de tocht van de god Amon van Karnak naar de tempel naar Luxor afgebeeld. Er zijn afbeeldingen te zien van de jonge farao.

Hier staat een beeld van Toetanchamon met z’n vrouw.

De zuilengang komt uit op de zuilenhof van Amenhotep III, 52 bij 14 m groot. De muren zijn weggebroken, maar de dubbele galerij van bundelzuilen is bewaard gebleven.

In de zuilenzaal van de tempel zien we 32 zuilen met een prachtige lotusvorm.

En dan is het net alsof we binnengaan in een kerk.

Hier, helemaal achterin is het heiligdom, dit bevat een rustplaats voor de heilige bark van Alexander de Grote.

Beide tempelcomplexen geven ook een aantal reliëfs bloot, welke in de traditionele geschiedenisboeken nooit getoond werden, nl. de aan preapisme lijdende koning die door zijn priesters en priesteressen 'verzorgd' wordt.

(Priapisme wil zeggen dat je last hebt van een erectie die maar niet wil verdwijnen)

Maar eerlijk gezegd; als het geen preapisme is, dan moet het verdomd straffe viagra geweest zijn, om het konings'heerschap', na 3500 jaar nog overeind te laten staan.

De zwarte kleur is ontstaan doordat veel toeristen hierover gewreven hebben.

 

Ook deze laatste tempel blijft ons boeien, het is groots!

De gids Ata, deed dan ook weer zijn uiterste best om ook het verhaal van deze tempel op een héél boeiende en ludieke wijze te vertellen.

Het is tijd om afscheid te nemen van Ata. En dat gaat gepaard met het afgeven van het ‘vertrouwde’ envelopje met wat ‘zakgeld’. Hij verdient dat extraatje dubbel en dik. Vanaf het eerste bezoek had hij ons in zijn greep, we hingen aan zijn lippen, hij leerde ons zoveel over de geschiedenis van Egypte en zijn manier van vertellen was subliem!

"Bedankt Ata, in naam van ons allemaal!"

 

We wandelen nog wat op het plein rond de tempel.

En dan is het tijd om de bagage in te pakken. Het wordt onze laatste nacht op de boot. Als ik in de gang kom en bijna aan onze kajuit ben, slaak ik een luide gil ... laatste kunstwerk van de kamerjongens.

Na het avondmaal is er, in de bar nog een optreden van een buikdanseres.

en onze mannen gooien alle remmen los

Als slot komt een Egyptische danser ons verrassen met zijn talent. Hij draait en draait zo snel dat wij het amper kunnen volgen. Maar mooi is het zeker!

 

Er wordt afscheid genomen van de groep. De meesten moeten morgen vroeg uit de veren voor de vlucht terug naar Brussel. Anderen gaan uitrusten aan de Rode Zee, nog anderen vliegen onmiddellijk naar Caïro.

Rik en ik rijden morgen - samen met nog 4 anderen van de groep -  met de bus naar de Rode Zee.

Daar zullen we enkele dagen een rustpauze nemen in een resort. Het zal goed zijn om wat te bekomen.

We kunnen daarna uitgerust ons bezoek aan Caïro beginnen.

 

Volgend deel : Makadi Bay aan de Rode Zee