La 'Douce Flandre' in Saint-Omer

Op amper twee uur rijden van Brussel, aan de oevers van de Aa, ligt het pittoreske Saint-Omer.  Het is een stad met een Vlaams karakter, kleine Vlaamse huisjes, typisch smalle steegjes, majestueuze herenhuizen, ruïnes van een 7de eeuwse abdij en een gotische kathedraal.

Saint-Omer doet ons aan Brugge denken, maar dan zonder de klantklosromantiek. Hier vinden we de Chti’s terug zoals in Cassel (zie vorig artikel).

Als ik in Noord-Frankrijk kom wil ik sowieso een picon vin blanc proeven. Terwijl we op een terras genieten komt een tandeloze vrouw me in het oor ‘wauwelen’: “on est aussi des Flamands!” Ik moet even lachen, maar ze heeft gelijk. Sint-Omaars behoorde aanvankelijk tot het graafschap Vlaanderen. Maar na de vrede van Nijmegen in 1678, raakten we het aan de Fransen kwijt.

Op het marktplein is een restaurant De drie Kalders, de letterlijke vertaling van het Franse ‘les trois caves’. De ‘e’ werd vroeger vaak als ‘a’ uitgesproken, een accent dat enkel in het Westvlaamse Heuvelland overeind gebleven is. De Drie kalders serveert Vlaamse specialiteiten zoals stoofvlees en waterzooi, maar ook het bij ons haast uitgestorven potjesvlees – een terrine van kip en konijn, een gerecht uit de 16de eeuw.

In Saint-Omer kan je net als in de rest van Frankrijk een driegangenmenu eten voor 10 euro.

Saint-Omer puilt uit van de gezellige eetgelegenheden. Onze favoriet is Chez tante Fauvette in de Rue Saint-Croix. In wellicht het kleinste restaurant van Frankrijk – vier tafels, c’est tout – eert chef Olivier Sowinski de dagelijkse kost van zijn groottante Fauvette.

 

‘Authentieke restaurants bestaan niet meer’, zegt hij. ‘Of je eet ingewikkelde gerechten in een duur gastronomisch restaurant, of je krijgt frituurkost in een brasserie.’

Het decor van de zaak is uniek. Op de rood-wit geruite tafellakens liggen tinnen soldaatjes en oude Monopoly-kaarten. Het zijn details die naar Oliviers kindertijd verwijzen. De rekening (14 euro (!) voor een heel lekkere dagschotel) wordt zelfs in een oud schoolrapport gepresenteerd. Sowinski brengt haute cuisine op grootmoeders wijze. We kunnen kiezen tussen slechts twee gerechten. Mijn man en ik nemen de stoofpot van schelvis, klaargemaakt met linzen en grote stukken wortel. “Dat zijn de beroemde carottes de Tilques. Sommige klanten zijn er bang van,” lacht Sowinski, wijzend naar de oranje obussen in m’n bord.

Groenten maken hier deel uit van de geschiedenis. De streek rond Saint-Omer was ooit één groot moeras. Lees meer hierover verder in dit verhaal …

 

We maken een wandeling door Saint-Omer

Saint-Omer heeft zijn aristocratisch uitzicht bewaard dank zij de vredige straten vol met herenhuizen met zuiltjes en ook dank zij de kathedraal met een weelderig meubilair. De noordelijke wijken van de stad hebben echter een volks karakter met hun lage huizen in Vlaamse stijl – maar in gele baksteen – aan de oevers van de Aa. Nog altijd varen platbodemschuiten door de moerassige omgeving.

Het neoklassieke Hôtel de Ville – 19de eeuw

 

In de 18de – 19de eeuw liet de aristocratie hun huizen bouwen volgens de in Parijs gangbare mode. Zij namen hiervoor het officierspaviljoen van de ‘Barre-Kazerne’ dat in Vauban-stijl is en het bisschoppelijk paleis dat naar wens van Lodewijk XIV was gebouwd als voorbeeld. Door de klassieke gevels veranderde het middeleeuws en Vlaamse aangezicht van de grote straten tussen de marktpleinen en de vroegere haven en kades.

De gotische Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (gebouwd 12de – 13de eeuw) is een publiekstrekker. Het is niet alleen de grootste kerk uit de omgeving maar bezit naast een schitterend orgel ook een van de grootste kunstschatten nl. een schilderij van Rubens: ’de Kruisafneming’.

Heel bijzonder is ook het prachtig, witstenen herenhuis Sandelin museum. Gelegen tussen een geplaveide binnenplaats en een kleine Franse tuin  zijn hier drie verrassend mooie collecties te zien. Het bouwwerk werd in 1776 voor de gravin van 'Fruges Marie-Josèphe Sandelin' gebouwd. het heeft een centraal gedeelte en twee naar voren springende vleugels in de stijl van Lodewijk XV.

Foto: Sandelin museum

 

Voor het Saint-Bertin college heeft men zich geïnspireerd op Victoriaanse neogotische stijl met heel Britse accenten.

En dan is er nog de ruïne van de St-Bertinabdij waar de geschiedenis van Saint-Omer is begonnen. De abdij is bezweken aan de gevolgen van een bombardement in 1943. De basisvorm is gemarkeerd met platen, zo krijgt de bezoeker een indruk hoe groot deze kathedraal geweest moet zijn.

Als we wandelen langs de oorspronkelijke hoofdstraat die van de kathedraal in de bovenstad naar de vroegere Saint-Bertin abdij in de benedenstad loopt, ontdekken we dat hier ook rustige plekjes bewaard zijn of aangelegd. Aan de westkant van de stad, waar de vestingwerken zo indrukwekkend waren aan het einde van de 19de eeuw is nu een prachtig stadspark (foto hieronder) aangelegd. Het is 20 hectare groot en dank zij de hellingen kunnen we genieten van prachtige panorama's. Daarnaast zijn er nog verschillende kleine ‘hofjes’.

 

Saint-Omer bloeide in de middeleeuwen op als handelsstad en dit dank zij de ideale ligging aan de rand van een groot gecultiveerd polderland. De handelswaren werden vanaf de 12de eeuw over de gekanaliseerde Aa getransporteerd.

Als we richting kades en vroegere havens wandelen, ontdekken we een heel andere sfeer van de stad. Vele duizenden toeschouwers komen elk jaar op de laatste zondag van juli naar de optocht van vele prachtig versierde platte boten kijken. Dit is hét polderfeest van de wijk Haut-Pont.

 

Le marais Audomarois

Een uniek gebied in het regionale natuurpark, het Parc Naturel des Caps en Marais d' Opale.

De Audomarois-polders beginnen direct achter de tuinderswijken. In deze beschermde polders wanen we ons in een totaal andere wereld. Al eeuwen woont de mens op deze 3730 hectaren van land en water, in 15 gemeenten van de Nord-Pas-de-Calais. De postbode verzorgt dagelijks de onderlinge band.

In 638 besloot koning Dagobert het noorden van zijn rijk te kerstenen en stuurde 4 monniken naar de streek : Omer, Bertin, Momelin en Ebertramn. Adomaar (Latijnse naam voor Omer) werd bisschop van Thérouanne en zijn drie metgezellen vestigden zich in het veengebied. Dankzij hun doorzettingsvermogen is dit moerassige gebied langzaam maar zeker een gecultiveerde polder geworden. De Benedictijnen deden er enkele eeuwen over om het water van de Aa te kanaliseren en naar zee af te laten vloeien, de grond op te hogen, droog te leggen en te ontginnen voordat tuinbouw mogelijk was. De bewoners namen dit al gauw over.

Vandaag zijn de groenten uit ‘les marais audomarois’ wereldtop.

Hier zijn we in de enige polder in Frankrijk die nog gecultiveerd is : op 440 ha wonen en leven zo’n 40 tuinders. Zij telen minstens 50 verschillende soorten groenten maar de streek is beroemd door de zacht smakende bloemkool (6 miljoen stuks per jaar), een veelvoud aan artisjokken en de knapperige witlof. Wortels van Tilques, witlof van de koude grond en artisjokken van Laon hebben het keurmerk van het Natuurpark ‘Marque Parc”.

Hier is een uitzonderlijke fauna en flora in een verrassend ecosysteem. Er zijn 400 plantensoorten, waarvan 38 beschermd, 71 soorten zijn van belang als regionale erfgoed en 490 schimmelsoorten. De grote biodiversiteit van het milieu en de landschappen trekt veel diersoorten aan: in de laatste 20 jaar zijn 220 vogelsoorten geobserveerd, en kolonie van meer dan 200 paren grote aalschovers heeft zich in de meertjes van de Romelaëre gevestigd.

Het gebied telt 700 km aan waterlopen en er is een natuurreservaat waar je met kano’s en plezierbootjes langs de reigersnesten en ijsvogels kan varen.

De stad is eeuwenlang door de polders gevoed, verwarmd en aan drie kanten beschermd

Recreatie en ontspanning

In het Nationale Natuurreservaat van de meertjes van Romelaëre in Clairmarais is tot het einde van de 19de eeuw turf gestoken. Nu is dit gebied met meertjes en riviertjes een verademing voor de wandelaar. De paden leiden valide bezoekers, slechtzienden, slechthorenden en rolstoelrijders naar luisterzones en een vogelobservatiehut. Voor iedereen zijn markeringen aangebracht (brailleplaten, blinden-stokgeleider, eiken plankenpad met knopspijkers) en langs het pad staan banken.

 

Het dorpje Clairmarais is de uitvalsbasis van waaruit men verschillende buitenactiviteiten kan doen. Het natuurpark heeft meer dan 600 kilometer aan wandel-, fiets-, mountainbike- en ruiterpaden. In juli en augustus is er mogelijkheid om, vanuit Clairmarais een paar keer per dag de Route de Marais, een boottocht van een uur met gids om de flora en fauna, de tuinbouw en de traditie van deze polders te ontdekken.

Het bezoekerscentrum Grange Nature ligt bij het natuurreservaat en het Rihoult-Clairamarais bos. In La Grange Nature vind men informatie over de fauna en flora van de polders maar ook over andere kwetsbare natuurgebieden van de Pas-de-Calais. Voor kinderen worden workshops georganiseerd. Er is een educatieve tuin aangelegd met een voor insecten-‘hotel’, spelletjes, muziekinstrumenten uit natuurlijke materialen en een (kijk)bijenkorf om het leven van de bijen te observeren ..

Een idyllisch landschap, rust en ontspanning … de Audomarais polder is sinds lang een geliefde toeristische bestemming. Een dagje vissen, een boottochtje maken, overnachten op een camping of in een vakantiehuisje … De mooiste ontdekkingen doe je per boot en bezoekers hebben ruime keuze: kano’s, roei- of motorboten, rondvaartboten en sinds een paar jaren ook rondvaarten op traditionele houten boten

Maar!...  Respecteer de vaarvoorschriften vaarsnelheid (6 km/uur) en de oevers, laat de fauna en flora en met name de waterlelies met rust, neem afval mee en stop alleen bij de aangegeven picknickplaatsen.

Wie wil kan logeren in het moeras. De huisjes zijn bereikbaar met de auto maar hebben ook een aanlegsteiger. Domaine de la Héronnière lig ten noordwesten van Saint-Omer. Er zijn twintig gerenoveerde gites.
http://www.isnor.fr

De markten van Saint-Omer

Frankrijk staat bekend om zijn markten, waar lokale landbouwers hun verse voedingswaren komen verkopen. In Saint-Omer zijn  er drie: op woensdag-, donderdag- en zaterdagmorgen.

De zaterdagmarkt strekt zich uit over het grote plein en de straten rondom. Daar vind je veel regionale producten, maar zeker ook de groenten uit eigen streek van de Marais Audomarois: bloemkolen in de zomer, witlof in de winter.

We verlaten het centrum van Saint-Omer en gaan op zoek naar de ‘nazi-geheimen’ die hier in de nabije omgeving te vinden zijn. Daarvoor neem ik jullie mee in volgend artikel.

 

Volgend deel : Bezoek aan Arras