Mont Sainte-Odile

We gaan vandaag naar de 'Mont Sainte-Odile'

Met bossen begroeide kliffen van roze zandsteen steken uit boven de Elzasvlakte. Hier werd de schutsheilige van de Elzas die haar naam gaf aan deze plek, in de 7de eeuw geboren en hier stierf ze. Jaarlijks beklimmen een miljoen toeristen de heuvel, aangetrokken door het panorama, de gewijde plek of om het mysterie van de fameuze “Mur païen” (muur der heidenen) te doorgronden.

Wij doen ook een deel van de beklimming te voet. Het is goed voor de fysiek en we genieten van de natuur rondom ons.

Een spiritueel hoogtepunt, op 763 m, met een schitterend uitzicht over de Elzasvallei met wijngaarden en dorpen, steden en in de verte de contouren van het Zwarte Woud, is de Mont Sainte-Odile.

Hier liet, in de 7de eeuw, de wrede hertog Etichon (roepnaam Aldaric) een burcht bouwen. Volgende de legende verstootte hij zijn blind geboren dochter Odilia.
Haar kindermeisje redt haar en voedt haar op. Bij haar doop, op 12 jarige leeftijd, geneest Odilia als bij wonder van haar kwalen. Ze besluit haar leven te wijden aan het geloof.
Na de wonderbaarlijke genezing van Odilia en nog enkele mystieke voorvallen schonk haar vader haar de burcht. Uit dankbaarheid liet Odilia de burcht als klooster in gebruik nemen. Odilia werd als eerste moeder-overste aangesteld. Veel meer mirakels zijn nadien aan Odillia toegedicht, zoals het redden van haar vader uit het vagevuur. Daarvoor waren overigens heel wat gebeden nodig: in de 'Chapelle des Larmes' ligt een platte steen, afgesleten door het dagelijks erop knielen van Odilia
Door de mirakels, aan haar toegeschreven, wordt haar graf met de relieken van de heilig verklaarde Odilia een belangrijk bedevaartsoord.
Het complex is diverse malen herbouwd, voor het half-weg de 19de eeuw ook als gastenverblijf gebruikt werd, er zijn hotelfaciliteiten.

Rond het kasteel zijn nog sporen te vinden van een vermoedelijk Keltische muur (mur paën). De muur is gemiddeld 1,7 m dik en op sommige plaatsen nog 3 m hoog.
Alleen al de aanblik van een stukje van dit kolossale bouwwerk is behoorlijk indrukwekkend. Het zou 4 tot 5 uur duren om door de bossen en langs neergestorte stenen helemaal rondom langs de resten van deze geheimzinnige ‘muur de heidenen’ te lopen.
Vanaf de parkeerplaats aan de voet van het klooster lopen twee met gele Andreaskruisen gemarkeerde rondwandelingen van elk ongeveer 2.30u langs de ‘mur paien’ - een 10 km lange wal van enorme rotsblokken rond te top.

Het klooster

Het portaal geeft toegang tot de grote, door lindebomen beschaduwde, binnenplaats. Hier bevinden zich het huidige gastenverblijf, de kerk en de zuidvleugel van het klooster.

De kloosterkerk
De kerk werd in 1692 herbouwd en heeft drie schepen. In het koor zijn een fraaie lambrisering en rijk bewerkte 18de eeuwse biechtstoelen te zien.

Chapelle St- Odile en chapelle de la Croix
De oudste delen van het zandstenen complex zijn de Romaanse kruiskapel. In de 12de eeuwse kapel staat een stenen sarcofaag uit de 8ste eeuw met de relieken van de H. Odilla. In een sarcofaag bevindt zich het stoffelijk overschot van haar adellijke ouders.

Chapelle des larmes
Deze ‘kapel der tranen’ staat aan de hoek van het terras. Zij staat boven op een Merovingische begraafplaats. Onder het gewelf, toont een mozaïek uit 1935 Christus en de Christelijke deugden afgebeeld.

Vanaf de terrassen hoog boven de bossen van de Vogezen is het uitzicht magnifiek.
Op het terras staan 2 oriëntatietafels. Van hieruit ontvouwt zich een schitterend panorama op de Elzasvlakte en het Zwarte Woud.

De afdalende weg naar St-Nabor loopt langs de Fontaine St. Odile, een door een hek omgeven bron. Volgens de legende liet de H. Odilia hier water uit de rots stromen om de dorst van een uitgeputte, blinde man te lessen. Tegenwoordig is het een bedevaartsplaats voor mensen met oogklachten.

Nog enkele mooie panorama's vanaf  de terrassen.

We nemen de afdaling en zetten we onze reis verder

 

Volgend deel : Haut Koeningsbourg.